Verdriet om de Achterkade

Er woonden flink wat mensen aan de Achterkade die een flinke tik van het leven hadden gehad. Het zorgde ervoor dat er altijd een deken van somberheid over de huizen en de achterliggende polder hing. Een somberheid die versterkt werd door de stilte en eenzaamheid die met name in de herfst en winter overweldigend konden zijn.

We hadden niet heel veel contact met elkaar. Maar ondanks dat was er wel een bepaalde verbondenheid, gewoon door het feit dat we allemaal aan de Achterkade woonden.

Ik zou liegen wanneer ik beweer dat ik heel veel van de Achterkade hield en dat ik er heel gelukkige jaren heb gekend. Daarvoor waren de maanden van somberheid en stilte te bepalend en de tikken van het leven te ingrijpend.

Maar soms waren er van die avonden die al het voorgaande deden vergeten. Zomeravonden waarop de warmte van de dag nog lang bleef hangen en wij tot laat in de tuin zaten en genoten van een wereld die heel even tot stilstand leek te zijn gekomen. Soms leek het alsof de hemel heel langzaam op de weilanden en de grienden neerdaalde. De wind trok een heel klein beetje aan en ruiste zacht door het blad van de populieren en wilgen langs de wetering.
Een bijna volmaakte pracht die de zwaarte van normaal deed vervagen.

En soms waren ze daar: de Ree├źn. Met hun ruggen net boven de nevel uit passeerden ze onze tuin op slechts een kleine honderd meter afstand. Lichtvoetig sprongen ze over de sloten om uiteindelijk in de duisternis te verdwijnen.

Momenten van diep geluk.

Vandaag reed ik door de Achterkade en wat ik zag, maakte mij verdrietig. De polder wordt verwoest voor de aanleg van een golfbaan. Een high-tea achtig landschap dat aan alle kanten vloekt met de waarden die het gebied eeuwenlang hebben gevormd. Een oppervlakkige vorm van kitscherig vermaak die de zwaarte van het gebied als een dun laagje bladgoud bedekt.

Maar bovenal: wat de Achterkade voorgoed berooft van die heerlijke avonden die al het andere deden vergeten.