De blinde jongen en de vrouw

Ik zag ze vanuit de auto terwijl ik wachtte op het licht dat maar niet groen wilde worden; een jongen en een vrouw.
Ze staken de weg over, bij de verkeerslichten voor het Van der Valk hotel in Vianen. De jongen liep voorop. Zijn lichaam had de lengte van een volwassen man, maar de onhandigheid van een puber die niet weet wat hij met zijn lijf aan moet. Dat laatste werd versterkt door de onwennigheid waarmee hij de weg aftastte met een rood-wit gestreepte stok.

De vrouw liep achter hem aan als een moeder die haar kind voor het eerst laat fietsen. Ik schatte haar zo ongeveer halverwege de 60 jaar. Ze deed mij denken aan oud Tweede Kamer voorzitter Gerdi Verbeet.

De jongen zwalkte als een dronkenman naar de overkant en de vrouw liet hem begaan, hoewel ik bijna wenste dat ze hem bij de arm zou nemen om hem snel naar de veilige overkant te loodsen. Door mijn hoofd schoten heel veel vragen. Deed hij alsof? Wilde hij in de praktijk ervaren hoe het was om blind te zijn? Of was hij echt blind. En als dat zo was, was dat dan iets wat hem recent was overkomen. Dat laatste zou dan ook meteen verklaren waarom hij zo opzichtig aan zijn stok moest wennen.

De twee bereikten de overkant waar het looppad een lichte buiging maakt en de jongen rechtdoor liep omdat zijn stok over de stoeprand zwaaide waarover hij even later struikelde. De stok vloog door de lucht, de jongen krabbelde een beetje overeind en zette zich in een kleermakerszit op het asfalt. De vrouw hurkte achter hem, legde haar handen op zijn schouder, duwde haar gezicht tegen dat van hem en praatte op hem in. Eerst leek het alsof zij hem niet bereikte, maar zomaar opeens richtte hij zijn hoofd omhoog, zocht op de tast naar zijn stok en krabbelde weer overeind. Daarna liepen ze verder in dezelfde volgorde als even daarvoor.

Het waren slechts een paar momenten waarin het allemaal gebeurde, maar het voelde bijna alsof wat ik had gezien te groot was voor de tijd waarin het allemaal was geperst. Een cocktail van boosheid, berusting, veerkracht en doorzettingsvermogen.
Maar het ging ook over de kracht van het loslaten, van het allemaal laten begaan, ruimte geven, maar wel betrokken zijn.

En ik zag mezelf zitten achter het stuur, mopperend op het licht dat de goede kleur niet had en werd overspoeld door zo’n gevoel van schaamte dat je ook hebt wanneer je een overvloed aan ellende op de televisie ziet en je baalt omdat de chips op is of omdat het buiten regent. Een vlaag van relativering die meestal maar even aanhoudt, omdat de televisie gewoon op een andere zender kan en er achter mij getoeterd werd als teken dat de mallemolen van alledag weer in gang was gezet.