Een dag van helemaal niets

We waren onderweg naar huis
van een bezoekje aan iemand die er toch niet bleek te zijn.
Wat op zich prima was; een stukje gestolen tijd,
opgevuld met een omweg binnendoor.

We reden langs het kanaal.
50 kilometer per uur waar je er eigenlijk 60 mocht.
Er was geen wind, geen zon, geen wolken, geen blauw.
Alsof er iets of iemand de wereld voor heel even op pauze had gezet.
Een heiige rust die als een deken over de wereld was gelegd.

Uit de speaker van de autoradio klonk heel zacht, bijna onhoorbaar muziek van Sky.
Mijn hand op de knie van Nycke, die voorin mocht met ritjes als deze, haar hand op die van mij.

We zeiden niets, keken alleen.
Naar buiten waar helemaal niets te zien was.
De ogen half dichtgeknepen tegen het ondefinieerbare licht dat als een gevangen belofte tegen het grauwe wolkendek duwde,
maar dat er vandaag nog even bleef zitten.

Gewoon, omdat het geen dag was van grote doorbraken of een vers begin.
Het was een dag van helemaal niets.
Wat zo heerlijk was dat ik wenste dat het nog tijden zou duren.