Prince

We hadden met beiden niks op, vroeger bij ons thuis.
Michael Jackson en Prince.
En dan had je ook eens Madonna,
Dat gekke, zwaar opgemaakte spook dat half nakend in een kerk stond te dansen.

Artiesten.
Wat sowieso geen aanbeveling was.
Behalve Elly en Rikkert dan.
En Gert en Hermien, in hun goeie dagen.
Toen hun dochters nog niet in de Playboy stonden.
En ze nog netjes samen waren.

Michael Jackson en Prince.
Die eerste was gewoon een dolle danser, maar die tweede,
daar zat meer achter, daar hoefde je de teksten niet eens voor achteruit te draaien.
Die had iets, tja hoe moest je het zeggen; iets occults.
Wat de verklaring was voor alles dat we niet begrepen.
En soms trad hij op in zijn blote kont.
Dat hadden we van horen zeggen.

Pas jaren later draaide ik Purple Rain.
Een instapmodel voor hen die wat Prince willen leren.
Het viel niet tegen, hoewel ik het onbegrijpelijker, duisterder misschien, had verwacht.
Eigenlijk klonk het best wel lekker, een beetje gewoon zelfs.
Wat de mystiek van de verboden vrucht meteen deed verdwijnen.
Het was gewoon muziek.
Hoewel ik weer wat later zou beseffen dat het toch echt wel meer was dan dat.

Het zijn niet alleen de zangers en voetballers die dood gaan vandaag de dag.
Het zijn eigenlijk vooral generaties die sterven.