Profeet van hoop

Zondagmiddag. Het was inmiddels zo warm dat de was al droog was voordat’tie de waslijn raakte. In Friesland droeg een man een extra huid van wel een centimeter dik die hem tegen onderkoeling moest beschermen. Al bijna twee dagen lang gleed hij door het water. Hij borstcrawlde maar door en door. Door het eindeloze water, maar vooral door mijn hoofd en door het hoofd van zovelen die hij net als mij een kader schonk voor hun verhalen over kanker. Soms ging over gemis, maar vaker over hoop. Niet eens altijd vanwege een goede afloop, maar meer omdat uit veel, of eigenlijk uit vrijwel alle, verhalen bleek dat het altijd weer dag wordt, hoe lang en akelig de nacht ook was. Het werd nacht, dag en weer nacht. Na Bolsward sliep hij, drie uur lang in een schommelende tent. Eenmaal ontwaakt sloegen zijn armen, krachtig en beheerst, door de gouden nevels richting een nieuwe dag. En ik keek, hoewel ik mij had voorgenomen er geen minuut van mijn tijd aan te besteden.

Toen hij er vorig jaar mee ophield, was ik blij. Een opluchting, want dat was het eigenlijk, die vrijwel meteen plaats maakte voor een soort van plaatsvervangende schaamte. Niet alleen vanwege de toestand waarin hij, een gebroken mens gehuld in zilverfolie, uit het water was gevist, (zover hadden we het dus met elkaar laten komen), maar vooral vanwege de wijze waarop hij vervolgens op een podium werd toegejuicht. Zie de mens!

Een Sinterklaasintochtachtig onthaal waarvan ik vreesde dat het hem op de een of andere manier toe zou bewegen zich opnieuw te onderwerpen aan een openbare boetedoening ter vervulling van een schuld die aan helemaal niemand, en zeker niet aan hem, toe te schrijven was.

Maar goed, afgelopen vrijdag dook hij opnieuw het water in, vol goede hoop nu wel de hele Elfstedentocht zwemmend te volbrengen. En ondanks mijn weerstand keek er naar. In eerste instantie misschien wel vooral omdat ik bevestigd wilde worden in die weerstand.

Al snel echter kantelde het beeld. Ik zag geen martelaar die door het water gleed, maar een profeet die een boodschap van hoop verspreidde. Sommige beelden bevestigden mijn cynisme, maar al snel verloren ze de overhand aan prachtige, oprechte beelden van al die mensen met hun verhaal.

Ik ben altijd een beetje huiverig voor zoiets als een collectieve emotie, maar nu was het alsof mijn weerstand brak. Ik gaf mij eraan over en werd meegezogen in de breed gedragen bewondering voor een man die daar niet meer zwom om zijn eigen schuldgevoel uit te wissen, maar om de wereld, die soms zo vreselijk naar kan zijn, een stukje mooier te maken.